7. apr, 2018

Je ziel klein houden?

Mensen maken hun 'zelf' of ziel vaak klein. Dat doen ze door zich te vereenzelvigen met slechts iets van zichzelf, iets wat ze belangrijk maken. Een bepaalde eigenschap of aspect van zichzelf, een ideaal, bezit of betekenis, een plaats in de sociale verbanden, overtuigingen of wat dan ook. Al dit soort zaken kunnen we verabsoluteren en ons daarmee  identificeren. Maar je verkleint je dan tot welbepaalde eindige factoren.

Veel mensen zoeken hun identiteit in rijkdom of kennis of binnen de religieuze cultuur, zoals innerlijke bezieling, vrome aandacht, vasten, waken en bidden. Ook aan deze zaken kan men zich binden, dat wil zeggen dat men nauwelijks verder meent te kunnen zonder deze dingen en dat men daar zijn zin aan ontleent.

Je kunt je niet ophangen aan specifieke praktijken, ervaringen of overtuigingen, hoe waardevol en zinnig die op zichzelf ook wezen mogen. Zo kan men zich vastzetten in een idee omtrent zichzelf vanuit het verleden, of in een toekomstdroom die men wil waarmaken. Wie dat doet leeft niet in het nu, lééft eigenlijk nauwelijks en komt niet verder.

Wie nieuwe kennis wil opdoen moet niet vol zijn van en tevreden met wat hij al weet. Anders bezie je alles vanuit die bekende invalshoek en ontdek je niets nieuws meer. In het kennen moet je je in zekere zin ontdoen van wat er al is: de geest moet ontvankelijk zijn, met een mogelijkheid-tot-het-nieuwe. Je moet vrij zijn van beelden wil je nieuwe beelden kunnen opnemen.

Totaal opgaan in een of ander eindig iets verhindert het tot je zelf komen. Naarmate iemand 'gelaten' is, los kan laten, kom hij in aanraking met een kracht in zichzelf, welke de eigenlijke menselijke maat te boven gaat. Dit krachtige zelf is de binnenkant van het loslaten.

- Meester Eckhart